Rubberstempels

Baumann's Graveerinrichting levert vele varianten van kantoorstempels tot hobbystempels. Vraag ons leveringsprogamma.

Neem een kijkje in onze webwinkel.

De diverse fabricagemethoden van stempels

De ontwikkeling in de fabricage van stempels is verwant aan die van de drukkerij. De voorbereiding is nagenoeg gelijk als die van drukwerk, een procede waarbij losse letters worden samengevoegd in spiegelbeeld, tot een woord of een tekst.
De wortels van de stempels liggen in het graveerbedrijf. Elk stempel werd in metaal gegraveerd.
Toen de industriele verwerking van rubber mogelijk was geworden in 1875, werden de rubberstempels geintroduceerd.

Fotopolymeer
Na 1975 werd het vulcaniseren deels vervangen door een fotochemisch proces, tot op dit ogenblik de meest gangbare en vooruitstrevende methode van produceren. De basis van dit proces is de negatieve film die als masker dient voor de verdere stempelproductie.
In een speciale belichter wordt de negatieve film bedekt met een vloeibare polymeerlaag. Na belichting ondergaat het polymeer een chemische reactie en wordt hard en onoplosbaar. De niet belichte delen blijven zacht en kunnen met water worden weggewassen.
Aan de afvalstoffen van dit productieproces zijn geen milieueisen verbonden.

Lasertechniek
Een andere ontwikkeling in de stempelfabricage is de lasertechniek.
Van de computer worden de stempelteksten rechtstreeks naar het laserapparaat gestuurd, dat door het wegstralen van materiaal
het stempel te voorschijn laat komen. Als grondstof wordt rubber gebruikt.
Deze productietechniek heeft verscheidene nadelen, deels op productiegebied, deels op milieugebied.
De tijd die een machine nodig heeft om het materiaal weg te stralen is betrekkelijk lang, om de productietijd in te korten is het echter mogelijk de laser minder diep te laten gaan. Dit heeft echter gevolgen voor het relief van het stempel en dus voor diens kwaliteit.
Tijdens het wegstralen komen afvalstoffen vrij, onder andere rubberdeeltjes en brandgassen, deze zijn aan strenge milieueisen verbonden en mogen niet rechtstreeks in de atmosfeer terecht komen.

Soorten stempels

- stempels met gebruik van een los stempelkussen
- zelfinktende stempels
- rubberbandstempels
- metalen zelfinktende stempels
- datumstempels
- elektrische stempelmachines
- blinddrukstempels

over een aantal groepen wordt hier onder verder uitgeweid.

Stempels met gebruik van een los stempelkussen
Ook wel handstempels genoemd. Als vanouds het klassieke schoolvoorbeeld van een stempel.
Over algemeen is het montuur van hout. Het houten stempel heeft als voordeel dat vrijwel elk formaat mogelijk is.
Bovendien zorgt de tekstindicatie op de voorzijde van de houder dat het benodigde stempel snel terug te vinden is
wanneer men verscheidene stempels in gebruik heeft.

Zelfinktende stempels
1) Flash stempels (type Posta PSI)
De inkt zit opgeslagen in een schuimmateriaal achter de tekstplaat. De tekstplaat laat daar waar de tekens zitten inkt door.
Het stempel heeft een haarscherpe afdruk en is goed voor duizenden afdrukken.
Het maximale tekstformaat van dit soort stempels bedraagt 114 bij 79 mm. Via deze webwinkel
kunt u deze stempels tot maximaal 75 bij 32 mm bestellen. Gaat uw voorkeur uit naar een groter
stempel, mail ons op info@stempels.nl en wij sturen u een offerte op maat.
PSI motto; Stempelen alsof het gedrukt staat. Ideaal voor logo-vignet-embleem-authentieke tekst
of i.d.. De stempeltekstplaat-inktcassette zijn altijd zwart tenzij anders is opgegeven.
Let op! Wanneer bij gebruik de stempelafdruk op den duur vaag wordt: ALLEEN nabeïnkten met
PSI-navulinkt, klik hier voor de rubriek stempelinkt.
ABSOLUUT geen stempelkussen gebruiken. OOK geen rubberstempelinkt. Dit tast de beeldvorming aan en beschadigt de tekstplaat.

2) Tuimelstempels
Het ingebouwde tuimelmechaniek kantelt het tekstplaatje van de bovenkant vanaf het inktkussentje naar de onderkant op het papier.
Bij de meeste tuimelstempels staat het tekstplaatje in rust, dankzij de verende werking, altijd tegen het inktkussentje gedrukt, wat de
kwaliteit hiervan nadelig beinvloed.
Tuimelstempels zijn er in kunststofuitvoering en in deels kunststof- deels metalen uitvoering, waarbij de laatste zeer geschikt is
voor een intensief gebruik.

3) Stempelautomaatjes
Goed voor duizenden heldere afdrukken. Inktkussentje altijd zwart tenzij anders is opgegeven.
Op verzoek leverbaar met stempelinkt in andere kleuren.
Bij wijziging van de stempeltekst/bij verandering van de gegevens, hoeft u niet uw stempel weg
te gooien. Met behulp van de losse nabestelkaart kunt u eenvoudig (per post of online) een nieuw
gepersonaliseerd tekstplaatje bestellen.
Als u een nieuwe tekst bestelt is het verstandig om gelijktijdig een nieuw inktkussen te bestellen
daar het oude stempelplaatje het bestaande inktkussentje vervormt.

De geschiedenis van het stempel

Hier leest u meer over het onstaan van het stempel.
Het vak graveur-stempelmaker is een der oudste ter wereld. De ouderdom van het stempel wordtgeschat op minstens 8.000 jaar.
Wat was het oudste stempel? Hoogstwaarschijnlijk was het oudste stempel een dierlijk bot, waarmee men stempelafdrukken maakte in de natte klei van schalen en potten.
Na verloop van (oer-) tijd vonden kunstenaars een methode om hun vaatwerk ook met andere stempelmotieven te versieren.
Zij sneden hun stempelmotieven in hout, waarbij tanden van vissen en roofdieren of snavels en klauwen van roofvogels als graveerstift fungeerden.
Beroemde Amerikaanse cultuurvolken als de Azteken, Maya en Inca’s, die houten stempels gebruikten, vervaardigden aardewerk al in serie.
Zij kenden bovendien, net als de Egyptenaren, Assyriërs en Babyloniers, reeds drie millennia voor Christus geboorte het cylinderstempel,
gegraveerd in bas- of hautrelief.
Door dit stempel over het te bedrukken voorwerp te rollen kon men het stempelbeeld eindeloos herhalen:
de voorloper van de rotatiedruk en natuurlijk van het rolstempel!
Mail ons voor meer informatie over rolstempels.
Behalve ter verfraaiing dienden stempels sinds duizenden jaren ook voor zakelijke doeleinden.
Hoe gevarieerder het zakenleven werd, des te gevarieerder werd het zakenstempel.
Egyptenaren, Babyloniërs en Assyriërs gebruikten eigendomsstempels, zoals de vermiljoenstempels waarmee zij hun lijfeigenen merkten.
Een documentstempel mocht in het oude China uitsluitend door Zijne Keizerlijke Majesteit worden gehanteerd.
Ieder ander was vervaardiging en gebruik van een stempel uitdrukkelijk ontzegd, op straffe van onthoofding. Het opzettelijk aanbrengen van “foutjes” in officiele stempels om vervalsingen als zodanig te kunnen herkennen, was reeds ver voor het begin onze jaartelling bekend.
Bekend zijn ook de signeerstempels op stukgoederen. Zo zijn in Mexico signeerstempels voor het merken van katoenen weefsels gevonden. Voorts waren stempels van militair belang. Een slagveld was oudtijds namelijk een nudistenterrein, waar men vriend en vijand moeilijk uit elkaar kon houden. Om verwarring en zelfvernietiging in zijn leger te voorkomen stempelde een vorst of een opperhoofd zijn blote bataljons met een signeerstempel, zodat zijn naakte manschappen toch “geuniformeerd” waren. Men stempelde onder meer met roet en vermiljoen (rode kwikerts), vermengd met olie om te snelle uitwissing te voorkomen.
Alleen soldaten onder de olie (van hun signeerstempel) konden ten strijde trekken in het veilige besef, dat zij ook bij de zwaarste regenbui hun “uniform” niet zouden verliezen.
Tatoeëerstempels drukken een roetafdruk op de huid, waarna op de lijnen van het gestempelde patroon doornen of naalden met een hamer onder de huid werden geslagen en daarna weer uitgetrokken. Na heling der pijnlijke wonden was het stempelpatroon onderhuids en dus onuitwisbaar.
Bij de stempels van aardewerk en hout voegden zich de stempels van steen:
marmer, jaspis, bergkristal, speksteen. Het stempelbeeld was eenvoudig, zulks
als gevolg van de moeilijke bewerkbaarheid van de steen.
Menigeen droeg zijn stempel, dat behalve gebruiksvoorwerp ook talisman was, aan een koord op of tussen zijn kleding. De brons- en ijzertijd brachten stempels
van brons en ijzer, heel veel later deden ook de stempels van messing en staal hun intrede.
DE OPKOMST VAN HET RUBBERSTEMPEL
Het geschiedenisboek van het rubber zou kunnen beginnen als volgt:
1492 Columbus zeilt met 120 man op drie driemasters van 200, 140 en 100 ton in 70 dagen van Spanje naar Amerika.
1493 Columbus zeilt met 1500 man op 17 schepen opnieuw van Spanje naar Amerika en ziet op Haiti inboorlingen
met caoutchoucballen spelen. Dertig jaar later, toen de Aztekenkoning Montezuma de Spaanse veroveraar Cortez een
feest aanbood, keek ook deze stomverbaasd naar het balspel van Mexicaanse meisjes: de ballen bleven bij het neer-
komen op de grond niet liggen, maar stuiterden telkens op.
De Zuid- en Midden-Amerikanen gebruikten toen al sinds onheugelijke tijden het melksap (latex) van de caoutchouc-
boom voor het vervaardigen van flessen en schoenen, ja zelfs voor het waterdicht maken van boten en kleding.
Ondanks deze toepassingsmogelijkheden besteedden de Europeanen eeuwenlang niet de minste of geringste aandacht aan deze grondstof.
Toen een zekere Eduard Nairne ontdekte dat men met een stukje caoutchouc potloodstrepen kon wegwrijven (wrijven = to rub), veranderde
de naam in rubber. Volgens anderen kwam de eer van deze toevallige ontdekking de Engelse scheikundige Priestley toe.
Pas in 1820 begon Thomas Hancock in Engeland met de eigenlijke rubberindustrie. Met zijn compagnon MacIntosh bracht hij kleding op de markt, die met rubber waterdicht was gemaakt; sindsdien heet een waterdichte regenjas in Engeland een macintosh. De jassen van de firma Hancock-MacIntosh hadden helaas het grote nadeel, dat ze bij warmte kleverig en bij koude hard en bros werden. Daar moest wat aan gedaan worden.
De man die er wat aan deed, was de Amerikaan Charles Goodyear die zich in 1834 na het faillissement van zijn
ijzerzaak op het nog onvolmaakte product rubber wierp. Na vijf jaren vol tegenslag en teleurstelling ontdekte de
volhardende empiricus, dat een mengsel van rubber, zwavel en loodwit bij verwarming niet week en kleverig werd,
maar elastisch vormvast werd: het warme vulcanisatieproces was uitgevonden.
Op de Parijse wereldtentoonstelling van 1854 kreeg Goodyear een gouden medaille en een speciale gelukwens van
keizer Napoleon III.
Omstreeks 1875 poogde men in de Verenigde Staten van gevulcaniseerde rubber ook stempels te maken.
De pogingen werden weldra met succes bekroond. In 1879 bracht de Amerikaan Cooke het fabrieksgeheim naar Europa: in dat jaar vervaardigde zijn firma Cooke & Weylandt in Berlijn als eerst in Europa rubberstempels.

Informatie: Stempels
Baumann's Graveerinrichting
Oderweg 2
1043 AG Amsterdam

T: 020-587 2 785
F: 020-6114403
Contact
Informatie
Print deze pagina

Image source 44



Overige informatie: Stempels